Karin over haar werk met mensen met dementie en hun naasten

Karin over haar werk met mensen met dementie en hun naasten

Karin - loop je mee - header

'Je ziet mensen opbloeien als ze zich gezien en gehoord voelen

Sinds haar overstap van de luchtvaart naar de zorg zet Karin van Bulderen zich dag in dag uit in voor mensen met dementie. Als programmacoördinator van AOC De Meeuw, in het hart van de Vogelbuurt in Amsterdam-Noord, biedt ze een veilige en vertrouwde plek aan de deelnemers en hun naasten. Karin vertelt over haar drijfveren, het belang van samenwerking in de wijk en de rol van het adaptatie-copingmodel.


Carrièreswitch

30 jaar werkte Karin als stewardess, tot haar persoonlijke situatie haar op een nieuw spoor zette. ‘Mijn moeder had Alzheimer’, vertelt ze. ‘Daardoor kwam ik in contact met dementiezorg en raakte ik geïnteresseerd in het werken met deze doelgroep. Zo ben ik uiteindelijk in dit werk gerold. Het was wennen, zo’n totaal andere wereld, maar inmiddels heb ik mijn draai gevonden.’

Sinds augustus 2021 werkt Karin bij AOC De Meeuw. Daar begeleidt ze samen met haar collega's mensen met dementie en hun naasten. ‘Elke dag komen er 10 tot 15 mensen langs voor dagbesteding. We beginnen de dag met een groepsgesprek, daarna bewegen we, lunchen we, maken we een wandeling en doen we in de middag een activiteit. Die vaste structuur biedt houvast. Voor mensen met dementie is dat heel belangrijk.’

 

Verbindende schakel

Als programmacoördinator is Karin de verbindende schakel tussen deelnemers, naasten, professionals en vrijwilligers. Eén van haar taken is om te zorgen dat mensen de weg naar het AOC weten te vinden. ‘Daarvoor moet je zichtbaar zijn in de wijk en in gesprek gaan met de juiste mensen’, legt ze uit. ‘Ik heb intensief contact met casemanagers, buurtteams en andere zorgverleners. Samen houden we in de gaten wie er baat heeft bij deelname, hoe het thuis gaat en wanneer er extra ondersteuning nodig is. Zo kunnen we het verschil maken.’

Daarnaast fungeert Karin als aanspreekpunt voor haar collega's en bewaakt ze het overzicht. ‘Ik houd in de gaten wat er speelt, ondersteun collega’s waar nodig en zorg dat alles op rolletjes loopt. Tegelijkertijd vind ik het belangrijk om zelf feeling te houden met de praktijk. Daarom draai ik regelmatig een dag mee op de groep.’

 

Focussen op wat nog wél kan

Wat Karin aanspreekt in het werken bij het AOC, is de visie achter het adaptatie-copingmodel van hoogleraar Rosemarie Dröes. ‘Dit model kijkt niet alleen naar de gevolgen van dementie, maar ook naar hoe mensen omgaan met de veranderingen en emoties die daarbij komen kijken’, legt ze uit. ‘We focussen op wat nog wel kan, in plaats van op wat niet meer lukt. Zo kun je mensen in hun kracht zetten, ondanks de ziekte. En het gaat ook over ruimte geven aan gevoelens. Door verdriet of frustratie bespreekbaar te maken, ontstaat er erkenning en voelen mensen zich minder alleen.’

Sommige verhalen blijven Karin bij. ‘Toen ik net begon, was er een deelnemer die tijdens een wandeling ineens weg liep’, zegt ze. ‘Hij was al ver in de 80 en ging op zoek naar zijn ouders. Mijn reactie was om hem direct terug te halen naar de groep. Nu weet ik dat het vaak beter is om mee te bewegen in iemands beleving. Dat besef heeft mijn manier van werken echt veranderd.’

 

Ondersteuning voor mantelzorgers

Binnen het AOC is er niet alleen aandacht voor de deelnemers, maar ook voor hun naasten. ‘We organiseren gespreksgroepen voor mantelzorgers’, vertelt Karin. ‘Tijdens deze bijeenkomsten kunnen zij hun verhaal delen, ervaringen uitwisselen en steun vinden bij elkaar. Dat is ontzettend waardevol, want veel mantelzorgers kunnen door de toenemende zorg overbelast raken.’

Karin weet uit eigen ervaring hoe intensief mantelzorg kan zijn. ‘Je voelt je vaak machteloos en het is frustrerend om te zien dat je naaste steeds minder kan of mag’, zegt ze. ‘Maar ook voor de persoon met dementie is dat enorm frustrerend. Daarom probeer ik in gesprekken mantelzorgers juist te stimuleren om hun naaste zoveel mogelijk zelf te laten doen en hen te blijven betrekken bij de dagelijkse bezigheden. Dat geeft het gevoel dat je ertoe blijft doen.’

 

Eerlijk en oprecht

Wat Karin zo aanspreekt aan werken met mensen met dementie, is de puurheid. ‘Ze hebben vaak hun vertrouwde strategieën niet meer paraat’, vertelt ze. ‘Dat maakt hun reacties ongefilterd, eerlijk en oprecht. Ik vind ze ook heel stoer, want je moet het maar doen, omgaan met zo’n ingrijpende ziekte terwijl iedereen zich ineens met je leven bemoeit.’

Die bewondering motiveert haar om steeds te zoeken naar wat wél mogelijk is. ‘Hoe kun je iemand, ondanks alles, in zijn kracht zetten? Daar ligt voor mij de kern van dit werk.’

 

De toekomst vraagt om samenwerking

Over de toekomst van de dementiezorg maakt Karin zich zorgen. ‘Het is ontzettend belangrijk dat de ontmoetingscentra blijven bestaan,’ zegt ze. ‘De groep mensen met dementie groeit, terwijl het aantal zorgprofessionals juist afneemt. Als we nu niet investeren in samenwerking, vallen mensen tussen wal en schip.’

Volgens haar ligt daar dan ook de sleutel. ‘Alleen als zorg, welzijn, vrijwilligerswerk en buurtinitiatieven goed op elkaar zijn afgestemd, kunnen we mensen met dementie de ondersteuning geven die ze verdienen. En daar draag ik met liefde mijn steentje aan bij.’

 

Meer weten?

Meer weten over hoe het is om bij Combiwel Buurtwerk te werken? Lees andere verhalen op onze blogpagina of kijk naar de video's van collega's: werkenbij-website.

Scroll naar boven